Een klein jongetje van een jaar of 4 was ‘bevriend’ met kleine, buitenaardse wezentjes die hem regelmatig bezochten, en dat gebeurde in z’n korte leventje al zo lang als hij zich kon herinneren, dus vond hij dat heel gewoon; hij wist niet beter.

Het jongetje vond de kleine wezentjes erg lief en was altijd blij om ze te zien, want ze speelden dan met hem en leerden hem dingen over de ruimte en de natuur. Op een dag zei zo’n wezentje tegen hem: ‘Vannacht komen wij jou ophalen, dan mag je met ons mee op reis. Ga vanavond maar gewoon lekker slapen, want het komt allemaal goed.

Toen het jongetje ‘s avonds in z’n bedje lag viel hij al snel in een diepe slaap. Opeens werd hij wakker en zag dat heel z’n slaapkamer hel verlicht was en dat er 3 kleine wezentjes naar z’n bedje kwamen. Z’n buitenaardse vriendjes lachten naar hem en namen hem bij de hand om hem mee te nemen. Het jongetje vroeg of hij z’n nieuwe rugzakje mee mocht nemen, hetgeen de wezentjes natuurlijk goed vonden. En toen bevond hij zich – van het ene op het andere moment, en mét z’n rugzakje – in een prachtig, rond ruimtescheepje, waarmee hij samen met z’n buitenaardse vriendjes wegvloog!

Het ruimtescheepje maakte eerst een rondvlucht over de Aarde. Zo vlogen ze over gebieden waar het daglicht zichtbaar was, en ook over stukken land waar het nacht was; daar was het pikkedonker en kon hij vanuit de Ufo heel goed de grote, felverlichte steden op de Aarde zien. Het knulletje keek z’n ogen uit en vond het heel fascinerend allemaal!

Na deze vlucht rond de Aarde schoot het ruimtescheepje plotseling weg van de Aarde, het luchtruim in; ze vlogen naar de sterren! Het jongetje kon geen genoeg krijgen van dat fantastische schouwspel; wat was dat prachtig allemaal! Maar toen lag hij opeens weer thuis in z’n vertrouwde kinderbedje?!

De volgende morgen aan het ontbijt vertelde hij z’n ouders wat hij die nacht allemaal had meegemaakt, maar z’n vader en moeder moesten lachen en zeiden: ‘Wat een fantasie heb jij toch lieverd. Ga nu maar gauw naar school, en vertel hier niets over aan de andere kinderen want dan lachen ze je uit, want jouw buitenaardse vriendjes en hun ruimtescheepje bestaan echt niet, dat begrijp je toch wel?’

Toen hun zoontje vertrokken was praatten z’n ouders bezorgd over hem. Ze vonden het erg om zo’n kind te hebben die ‘van alles bij elkaar fantaseert en daar zo vol overtuiging over kan jokken’.

Arm kind, denk ik dan, wat zal dit manneke zich vaak eenzaam en onbegrepen voelen omdat hij met niemand kan of mag praten over z’n buitenaardse vriendjes/ervaringen, en dat terwijl dit soort kinderen juist goed begeleid moeten worden op hun weg naar spiritualiteit!

Gelukkig had ikzelf een paranormaal begaafde vader die mij begreep en kon uitleggen wat mij als kind allemaal al overkwam. Er bestaan meer spirituele kinderen met dit soort ervaringen – meer dan de mensheid ooit kan of zal beseffen. Koester deze speciale kinderen, want wij allen kunnen heel veel van ze leren!

Veel lief, Ans