Aardappelakker

Aardappelakker

Een aardappelboer ging samen met zijn zoon naar z’n akkerland. Het werd tijd om de pootaardappels in de grond te stoppen, maar het had veel geregend de laatste tijd dus gingen ze de akker inspecteren om te kijken of de grond geschikt was om te beginnen met het poten.

Toen ze bij het akkerland kwamen zagen ze, ondanks dat het bewolkt was, boven de akker een enorm vliegend voorwerp in de lucht zweven?! De boer krabde zich achter de oren en vroeg zich af wat dat nou toch kon zijn, want in Ufo’s geloofde hij niet – dat vond hij maar fantasieën van de mensen – toch zweefde er, duidelijk zichtbaar voor beide mannen, iets boven de akker!

Aan de onderkant van dit ‘vliegende voorwerp’ schenen grote lichten naar beneden, en in het schijnsel daarvan zag de boer een soort menswezen in een lichtgevend pak op zijn akker staan, en het leek wel alsof dit wezen daar iets stond op te graven?! Inderdaad, toen de boer goed keek zag hij dat het wezen een kistje uit z’n grond haalde. Ook dit kistje glinsterde, net als het wezen, in de felle lichtbundel van dat ‘hemelse voertuig’ boven hem.

De boer was stomverbaasd en vroeg aan z’n zoon of ze nou allebei gek geworden waren, want er was toch nooit een kistje verstopt op hun akker, dus hoe kwam dat kistje daar dan?! Het buitenaardse wezen wist dat hij werd gadegeslagen door beide mannen; dat was juist de bedoeling van het wezen, want de tijd was rijp om zich te openbaren aan de mens.

Het wezen groette beide mannen, waarna hij – samen met het zojuist door hem opgegraven glimmende kistje – werd ‘opgestraald’ in het hemelse voertuig, waarna deze met een ongelooflijke snelheid wegvloog. De boer en z’n zoon bleven vol verbijstering en ongeloof achter op de verlaten akker ……. van aardappelen poten kwam die dag niets meer terecht.

Beide mannen liepen in gedachten weer terug naar huis en de boer vroeg zich af hoe hij dit aan z’n vrouw moest vertellen. Niemand zou hem geloven toch, behalve zijn zoon natuurlijk, die zei tegen z’n vader: ‘Mooi hè, wat we gezien hebben? Ik denk dat ze uit de toekomst zijn gekomen’, waarna de boer ‘Ja, ja jongen‘ mompelde, terwijl hij zich ondertussen afvroeg of dit allemaal wel waar kon zijn.

Tja, vanaf die dag had deze aardappelboer veel om over na te denken.

Veel liefs, Ans