Twee Arabische kamelenhoeders liepen met hun kamelen door de hete woestijn. Ze waren op weg naar de grote, jaarlijkse kamelenmarkt waar vele andere Arabieren met hun kamelen bijeen komen om hun dieren te verhandelen. Alle kamelenhoeders kijken er altijd erg naar uit om elkaar daar met zovelen te ontmoeten, en feest te vieren natuurlijk.

Plotseling stak er, vanuit het niets, een hele sterke wind op met de kracht van een orkaan. De twee mannen zagen hoe al hun kamelen door de sterke wind werden opgetild en verderop in de woestijn belandden. Het volgende moment werden de kamelenhoeders zelf ook verplaatst door de storm, maar zíj belandden in een volkomen vreemd en onbekend gebied, en vóór hen vormde zich een soort van tunnel waarin de beide mannen werden opgenomen. Het leek wel of ze op een enorme glijbaan waren beland die hen naar het binnenste van de Aarde leidde?!
Even later stonden ze beduusd in een voor hen volledig onbekende, wonderlijke wereld.

De mannen dachten dat ze dood waren en via ‘de tunnel’ in het hiernamaals waren aangekomen. Om dat te testen knepen ze elkaar, maar dat voelden ze, dus ze waren níet in de Hemel, maar waar waren ze dan wél beland?!

Voor zich zagen ze een prachtige stad die straalde in het zonlicht, maar het vreemde was dat ze nergens een zon konden ontdekken. De mannen waren toch wel nieuwsgierig naar waar ze nu terecht gekomen waren, dus besloten ze om samen op verkenning te gaan. Vol verwondering liepen ze door de lege straten met prachtige gebouwen, echter, toen ze op een plein kwamen zagen ze daar allerlei vreemde, mensachtige wezens die een onbekende, voor de Arabische mannen, onverstaanbare taal spraken. Tot hun verbazing zagen ze ook wezens die zich verplaatsten met een soort van vliegende lichtscheepjes?! Toen dachten de mannen dat ze serieus gek geworden waren.

Tot hun schrik kwam één van de wezens naar hen toe. Het wezen sprak hen heel vriendelijk aan – notabene in hun eigen Arabische taal -, en legde hen uit dat ze in het binnenste van de Aarde waren. Vol ongeloof hoorden de mannen dit aan en zeiden: ‘Maar dat kan niet, want de Aarde brandt toch van binnen?’ Het wezen legde hen uit dat de Aarde hol is en dat er vlak onder de aardkorst lava-activiteiten zijn, die bij tijd en wijle zichtbaar zijn door vulkaanuitbarstingen.

Het wezen vertelde hen ook dat er ‘andere werelden’ tussen de sterren bestaan, en dat hij – en de andere wezens die ze daar zagen – afkomstig waren van die ‘andere werelden’, en dat zij regelmatig de Aarde bezochten met hun ‘vliegende Hemelschepen’. Zij gaan dan vaak naar de diverse steden in het binnenste van de Aarde, alwaar zij zich kunnen verplaatsen met hele kleine, vliegende lichtscheepjes.

De wezens nodigden de kamelenhoeders uit om met z’n tweetjes plaats te nemen in één van hun lichtscheepjes. Beide mannen hadden wel eens gehoord van ‘vliegende voorwerpen’ in de lucht, maar naar hun idee waren dat dan fakirs op een vliegend tapijt oid, net zoals in de sprookjes, en nu zaten ze zélf in ‘een vliegend voorwerp’! De mannen kregen een soort van rondleiding door de ondergrondse stad. Ze keken hun ogen uit in die prachtige, wonderlijke, onderaardse wereld en zagen daar een grote verscheidenheid aan buitenaardse wezens.

Van het ene op het andere moment waren ze weer terug in de woestijn waar hun kamelen geduldig op hen stonden te wachten. De storm was geluwd, alles zag er weer uit zoals voorheen, en vol ongeloof over wat ze zojuist hadden ervaren vervolgden de kamelenhoeders hun tocht door de woestijn. Ze besloten dat ze dit allemaal nooit aan iemand anders zouden vertellen, omdat ze bang waren om voor gek verklaard te worden. Maar weet dat geen enkel verhaal of gebeurtenis ooit de Aarde kan of zal verlaten!

En ja, op een gegeven moment was er iemand die deze bijzondere gebeurtenis van de kamelenhoeders ‘oppikte’ dmv een visioen dat tot hem/haar kwam, waardoor dit wonderlijke maar waar gebeurde verhaal alsnóg onder de mensen is gekomen!

Veel liefs, Ans