In een klein dorpje, ergens in Nederland, stond een eeuwenoude eik. In den beginne woonden er nog maar een paar mensen in dat dorpje, maar in de loop der tijden werden er steeds meer huisjes bijgebouwd en bewoond. Op een gegeven moment werd er een plein rondom de eeuwenoude eik aangelegd met een zitbankje onder deze prachtige boom.

Deze eikenboom nam alles wat er om hem heen gebeurde in zich op. Daarbij voelde hij niet alleen wie er langs hem liepen, maar registreerde hij ook ál hun gevoelens en emoties, van geluk tot verdriet. En wanneer er mensen op het bankje zaten kon hij al hun gesprekken, verhalen en intriges horen, zodoende wist hij alles wat er zich in het dorp en de omgeving afspeelde.

Op een gegeven moment kwam er een ‘vreemdeling’ in het dorpje wonen. Deze man, hij was schrijver, ging altijd op het bankje onder de oude eik zitten, en het eerste wat hij dan deed was de prachtige, oude boom begroeten. De eik voelde zich vereerd hierdoor, dat was hem in al die eeuwen nog niet gebeurd, de dorpelingen hadden hem al die tijd min of meer genegeerd.

Deze schrijver merkte dat hij heel veel inspiratie kreeg als hij op het bankje bij de oude eikenboom zat, daar kon hij achter elkaar door blijven schrijven. Het ene verhaal na het andere rolde daar uit z’n pen, en het waren allemaal verhalen die zich afspeelden in dat dorp en haar omstreken.  De schrijver vroeg zich verwonderd af waar al die verhalen toch vandaan kwamen?

De dorpsbewoners die z’n boeken hadden gelezen vroegen de schrijver – die toch een buitenstaander was – hoe hij aan al die streekverhalen kwam, want daarin vertelde hij allerlei feiten en/of gebeurtenissen die alléén de ingewijden van hun dorp wisten?!

Lachend antwoordde de schrijver: ‘Ik denk dat de oude dorpseik mij dat allemaal influistert. Die prachtige boom vertelde me ook dat hij zich genegeerd voelt door de mensen. Daarom wil ik jullie vragen om hem, net als ik, te begroeten wanneer je hem ziet of langs hem loopt.’

De dorpelingen moesten lachen om wat de schrijver hen zojuist vertelde; een boom die kan praten, dat hadden ze nog nooit gehoord, en een boom groeten vonden ze ook erg ongebruikelijk. Maar het verzoek bleek toch niet aan dovemansoren verteld, want de ene na de andere dorpeling begon de prachtige, oude eikenboom op hun dorpsplein te groeten in het voorbijgaan.

De boeken met streekromans werden goed verkocht, en omdat de schrijver zich zo thuis voelde in het dorpje wilde hij veel van z’n verdiende geld investeren in het welzijn van z’n dorpsgenoten. Zo liet hij o.a. een gebouw neerzetten waar een ieder welkom was. Dat werd al gauw een gezellige ontmoetingsplek waar de dorpelingen hun oude ruzies en vete’s bijlegden waardoor ze weer nader tot elkaar kwamen. Het dorpje kwam zienderogen weer tot leven en de bewoners kregen meer plezier met elkaar en werden gelukkiger.

Na vele jaren van onvrede heerste er eindelijk weer harmonie in dit dorp met die prachtige, eeuwenoude eik.

Weet dat bomen ons niet alleen zuurstof geven, maar – zoals blijkt in dit verhaal – nog zoveel meer, dus zeg nooit dat een boom maar een boom is. Ik wil jullie, net als de schrijver in dit verhaal, vragen om wanneer je een oude boom ziet, hem te groeten en hem met heel je hart te danken voor alles wat hij ons belangeloos geeft.

Veel liefs, Ans