Schaapherder

Daar liep hij, de jonge schaapherder. Hij had een moeizame jeugd gehad waarin hij veel werd gepest omdat hij niet goed meekwam op school en omdat hij ‘anders’ was dan zijn leeftijdsgenoten – deze jonge man had bijv. de gave om met de dieren te spreken. Maar nu was hij voor het eerst in z’n leven gelukkig; hij was zo blij met z’n schapen, en met de lammetjes die geboren werden en met alles wat er om hem heen leefde en groeide.

‘s Nachts sliep de jonge schaapherder, samen met zijn honden en schapen, in de open lucht onder de sterrenhemel. Soms leek het alsof hij sterren naar beneden zag komen, en dat vond hij altijd prachtig om te zien. Op een nacht kwam één zo’n ster steeds dichterbij en die leek te gaan landen?! Het bleek een ruimteschip te zijn, waar een soort mensen uit stapten die de jonge herder benaderden om kennis met hem te maken. Ze vroegen hem of hij even mee wilde reizen in hun schip. Verbaasd ging de schaapherder in op hun uitnodiging en ging mee aan boord. Even later zag hij vanuit het ruimteschip de Aarde kleiner en kleiner worden en zag hij de sterren aan zich voorbij schieten in de donkere kosmos; het was alsof hij in een prachtige droom zat.

Na een korte ruimtevlucht werd de schaapherder weer veilig teruggezet bij z’n dieren, en vertelden de menselijke ruimtewezens hem het volgende:

‘Wij hebben jou uitverkoren omdat jij een ‘mens van goede wil’ bent. Wij willen jou dingen leren die de andere mensen misschien moeilijk zullen begrijpen. Ga naar huis om een voorraad eten te halen, maar neem ook pen en papier mee en schrijf alles op wat wij jou zullen laten zien en ervaren.’

En zo gebeurde het dat de jonge schaapherder regelmatig werd meegenomen naar andere werelden en werkelijkheden; hij reisde zelfs naar de binnenaarde!

Door al die bijzondere reizen en ervaringen was de jonge man z’n tijd ver vooruit. Hij ging boeken over z’n ruimtereizen schrijven, en hoorde dat de jongens uit z’n jeugd al zijn boeken lazen en opkeken tegen de schrijver daarvan; zij konden niet begrijpen hoe hij, hun klasgenoot, zoveel kennis had kunnen vergaren.

De schaapherder bleef trouw aan zichzelf en zijn dieren, want hij was, juist door de eenvoud van z’n leven in de natuur zo samen met z’n honden en schapen, een gelukzalig mens. Het geld dat hij verdiende met z’n boeken gaf hij weg aan goede doelen, en toen hij eenmaal oud was kocht hij voor zichzelf een huisje dicht bij de heide en z’n geliefde schapen.

Veel liefs, Ans