De Vreemdeling

Een oosters uitziende man met een prachtig gewaad aan, bezocht een spirituele beurs. Geïnteresseerd keek Hij in het rond en bij één van de standjes zag Hij een vrouw, gekleed als een zigeunerin, die een enorme Kristallen bol voor zich op tafel had staan. De man liet Zijn toekomst door deze vrouw voorspellen, en ook al was het allemaal onzin wat zij Hem vertelde, Hij vond het wel interessant om te horen.

Even verderop zat een klein jongetje eenzaam te spelen met een paar kleine steentjes. De man ging naast hem zitten en zei: ‘Wat een bijzondere stenen heb jij’. Ja, dat zijn kiezelsteentjes die ik zelf gevonden heb’, antwoordde het knulletje. ‘Ik heb deze stenen altijd bij me, want ze ‘vertellen’ mij zoveel dingen. Maar als ik dat aan andere mensen vertel, dan lachen ze me uit.’

De man zei dat Hij heel graag wou horen wat de stenen hem allemaal vertelden. Hortend en stotend begon het verlegen jongetje te vertellen, maar even later leek hij wel een spraakwaterval die eeuwig door kon praten. Het jochie vertelde o.a. over het ontstaan van het Universum en over de geschiedenis van de Aarde.

De man vond het heel fascinerend wat deze kleine jongen allemaal wist te vertellen, en Hij wíst dat het allemaal waar was wat dit knulletje zei, want deze man vertegenwoordigde nl. één van de Zelven van Jezus – die, net als wij, uit meerdere Zelven bestaat.

De man herkende in deze kleine jongen ‘een vriend uit het verre verleden’ die Hem altijd trouw was gebleven, en die nu geïncarneerd was op deze Aarde. Na duizenden jaren mochten zij elkaar hier weer ontmoeten op de Aarde, en de jongen werd, net als destijds, weer Zijn leerling, tot het moment dat hij oud genoeg zou zijn om al z’n opgedane kennis weer door te geven aan anderen.

Aanhang wou deze jongen niet – dat vond hij niet van deze tijd –  maar zijn luisteraars vertelden, op hun beurt, alles wat ze van deze inmiddels jongeman geleerd hadden weer door aan anderen.

Op een dag verdween de Oosterse man weer want Zijn taak hier zat er op. Aangezien Hij één van de Oudsten is wiens taak het is om álle Werelden te onderwijzen, reisde Hij weer verder ‘door de tijden heen’ om Zijn Kennis in de andere Werelden te verspreiden.

Veel liefs, Ans