‘Kabouters’ in het bos

Een kleine jongen uit een arm gezin werd iedere dag door z’n vader naar het bos gestuurd om hout te sprokkelen voor de kachel in hun huisje. Wat niemand wist was dat dit jongetje, tijdens het sprokkelen, heel vaak wezens van ‘het kleine volk’ ontmoette. Deze wezens waren niet van deze Aarde maar afkomstig ‘van de sterren’.

Tijdens de ontmoetingen in het bos onderwezen de buitenaardse wezens de kleine jongen, en hij vond alles wat ze hem vertelden even mooi en fascinerend. Heel soms vertelde hij zo’n verhaal aan z’n familie thuis, maar dan werd hij uitgelachen met de woorden: ‘Het zijn zeker kabouters die je daar ontmoet. Wat een fantasie heb jij!’

Maar op een dag volgde z’n vader hem – tóch wel nieuwsgierig geworden door de bijzondere verhalen van z’n zoontje – op een afstand in het bos, en zag tot z’n verbazing dat z’n kleine jongen daar inderdaad samen met nogal vreemd uitziende, kleine wezens in een cirkel zat te communiceren!

De vader werd opgemerkt door de wezens, en in eerste instantie was hij heel bang, maar toen één van die wezentjes hem wenkte liep hij toch, enigszins schuchter, naar hen toe.De wezens waren heel liefdevol en stelden hem gerust, en ze vertelden hem dat zijn zoontje ‘uitverkoren’ was om hun Kennis te leren, en die vervolgens te verspreiden onder de mensen waardoor ‘het Weten’ van de mensheid vergroot zou worden. De vader luisterde aandachtig en geboeid naar wat de kleine, buitenaardse vrienden van zijn zoontje hem allemaal vertelden.

Na deze ontmoeting in het bos ‘transporteerden’ de wezens een grote voorraad hout naar het huisje van het arme gezin; dan hoefde de kleine jongen voorlopig niet meer naar het bos om hout te sprokkelen, en kon hij alles wat hij van z’n buitenaardse vrienden had geleerd doorvertellen aan een journalist die van de bijzondere ervaringen van deze jongen had gehoord. En niet veel later had diezelfde journalist een boek geschreven over de kleine jongen en zijn ontmoetingen met z’n buitenaardse vrienden.

In dit gezin werden nooit meer grapjes gemaakt over de zgn. kabouters; dat had de vader verboden, want ook hij had, net als z’n zoontje, de kleine wezens gezien en gesproken in het bos!

Veel liefs, Ans