Een prachtig lang, donker getinte vrouw liet zich aan mij zien. Ze was heel mooi gekleed en haar haar was zo ingeweven dat het een kunstwerk op zich was. Wat ook opviel was dat ze een opmerkelijk lange nek had (net zoals de vrouwen van de Kayan in Thailand – ook wel giraffevolk genoemd – die van kinds af aan steeds meer ringen om hun hals doen waardoor hun nek langer oogt).

Deze vrouw – zij noemde zich Kamajaja – was een buitenaardse Godin, en ze vertelde mij het volgende: ‘De oorsprong van mijn volk ligt tussen de sterren. In een ver verleden heb ik mijn volk naar de Aarde geleid om daar de lessen van onderdanigheid te leren. De vrouwelijke energie vierde namelijk hoogtij op mijn wereld, waardoor mijn volk te arrogant was geworden. Deze eigenschap dragen de afgezanten van mijn volk op de Aarde nu nog steeds in zich, omdat het-trots-zijn in de oorspronkelijke genen van mijn volk verankerd zit. Mijn afgezanten op Uw Aarde hebben genoeg geleerd, dus zullen velen van hen binnenkort terugkeren naar hun oorspronkelijke thuisplaneet.’

Kamajaja liet mij vervolgens de Aardse woonplaats  – eigenlijk waren het meer eenvoudige bergwoningen – van haar volk hier op Aarde zien, waarna ze mij de steden op háár wereld liet zien. Daar zag ik prachtige, goudgele maar wel eenvoudige woningen die langs een soort van uitgehouwen paden lagen.

Ze vertelde me dat veel van de geverfde patronen en tekeningen die op de stoffen en kleding van de oude, traditionele Aardse volkeren staan afgebeeld, in wezen tekens van oeroude wiskunde zijn.
Ze zei ook dat wanneer wij mensen deze stippen-, strepen- en zigzagtekens zouden kunnen ‘lezen’ dat we daar dan veel van zouden kunnen leren en begrijpen, ‘Want het Universum is pure wiskunde, en de alleroudste taal van het Universum.’

Dit gezegd hebbende keek Kamajaja me glimlachend aan, waarna ze verdween.

Tja, de mensen hier op Aarde denken vérder te zijn dan de ‘primitieve’ volkeren met die prachtige lange nekken …… niet dus!

Veel liefs, Ans