Heel lang geleden woonde ergens op een afgelegen plek in het hoge, koude Noorden een echtpaar in een klein, maar knus huisje. De man van dit echtpaar was paranormaal begaafd. Hij kon bijv. spreken met ‘Hemelwezens’ (zo noemde hij de Lichtwezens), maar hij kon ook communiceren met álle dieren, en was zelfs bevriend met een adelaar.

Hoewel deze man en vrouw veel van kinderen hielden hadden ze die zelf helaas nooit gekregen, en dat vonden zij een enorm gemis. Wanneer het buiten te slecht of koud weer was dan was de man in z’n huisje bezig met het maken van speelgoed; dat maakte hij van het hout dat hij buiten in de natuur had gevonden.

Op een dag vroeg de man aan de adelaar of die op verkenning wilde gaan om te kijken waar er arme kinderen woonden in dat koude, afgelegen gebied, dus ging de adelaar voor hem op pad en nam hij alles wat hij zag goed in zich op. Toen het de kortste dag van het jaar was trok de man z’n mooie, rode winterjas aan, spande hij z’n rendieren voor z’n arrenslee en laadde daar al z’n zelfgemaakte cadeaus in, waarna hij op pad ging. De adelaar vloog met hem mee en wees hem de huisjes aan waarvan hij wist dat er arme kinderen woonden.

De weersomstandigheden waren die dag bar en boos – het sneeuwde en het was heel erg koud – maar dat weerhield de man niet om zijn plan uit te voeren; bij elk huisje waar de adelaar hem naar toe geleidde legde hij een zelfgemaakt cadeautje voor de deur. De kinderen die het speelgoed vonden dachten dat dat een ‘cadeau van de Goden’ was, want wie anders had zoiets kunnen brengen in dat barre, winterse weer? Het volgende jaar bracht deze kindervriend hen weer cadeaus met z’n arrenslee, en het jaar daarop weer, en daarna weer.

Gedurende z’n leven had deze bijzondere man ook vaak ‘Hemelschepen’ gezien, en had hij de wezens ontmoet/ervaren die bij die ruimteschepen hoorden. Deze man kon niet alleen communiceren met alle dieren en met alles wat leeft, maar ook met de wezens uit het Universum. Op een keer vroeg hij aan zo’n ‘Hemelreiziger’ wat er zou gebeuren als hij zou sterven en niet meer z’n jaarlijkse tocht naar de arme kinderen kon maken om hen zijn cadeautjes te brengen – een gebeurtenis waar die kinderen inmiddels vol spanning naar uitkeken. De Hemelreizigers beloofden de man dat zíj na zijn overgang zijn mooie missie zouden voortzetten (zij konden immers álles visualiseren, dus ook een arrenslee vol cadeautjes). Toen de goede man gestorven was namen de Hemelreizigers, zoals afgesproken, zijn prachtige werk over.

Op de eerstvolgende kortste dag wachtten de kinderen weer vol ongeduld op de komst van de kindervriend in z’n arrenslee, maar hoe ze ook tuurden over de sneeuwvlakte ze zagen hem niet.
Totdat één van de kinderen naar boven keek en de anderen riep omdat hij in de lucht rendieren zag rennen met achter hen aan een arrenslee vol cadeautjes! En deze arrenslee werd bestuurd door ….. een vrolijke oude man, met een witte baard en een prachtige rode mantel aan!

In werkelijkheid was dit natuurlijk geen arrenslee maar een Hemelscheepje, maar omdat de buitenaardsen deze kinderen geen angst aan wilden jagen visualiseerden zij zich als hun oude, vertrouwde kindervriend in z’n arrenslee vol cadeautjes. En dat hebben zij nog een aantal jaren gedaan, net zolang totdat deze kleine kinderen groot geworden waren.

Toen deze kinderen volwassen waren en zélf kleine kinderen hadden vertelden ze hun kleintjes dit prachtige, waargebeurde verhaal uit hun eigen jeugd. Ze vertelden hun kindjes dat er aan het eind van ieder jaar een vrolijke, oude man met z’n rendieren en arrenslee door de lucht vloog om cadeautjes te brengen bij alle kinderen (maar nu kochten de ouders zélf cadeautjes voor hun kinderen).

Door dit waargebeurde verhaal in het hoge, koude Noorden is dus, heel lang geleden, de mythe rondom de Kerstman en z’n arrenslee ontstaan!

Fijne Kerstdagen en veel liefs, Ans