Gouden stad

Gouden stad

Ik hoorde de woorden ‘Alles verandert en de mens moet mee veranderen, want anders zal hij in de lagere dimensies achterblijven, maar als hij mee verandert dan zal er een nieuwe, wonderlijke wereld voor hem open gaan die álle begrip te boven gaat! Aan een ieder de keuze.’

Terwijl ik zo zat te mediteren voelde ik hoe ikzelf, op dat moment, een verandering onderging. Mijn gelaat en handen kregen een bruine tint, maar ook mijn kleding veranderde, en ik kreeg een prachtig gekleurde verentooi op mijn hoofd.

Vervolgens verschenen er meerdere medicijnmannen en ik hoorde hen spreken in een voor mij vreemde taal, maar toch begreep ik wat er werd gezegd. Deze Indianen spraken over een ‘Gouden Stad’ die, ergens op de wereld en diep onder het aardoppervlak, verborgen is. Ooit had die stad en zijn bewoners bestaan.

Ik zag beelden van rampen, en de medicijnmannen vertelden mij dat de Aarde om de 26.000 jaar getroffen wordt door enorme rampen, net als destijds met Atlantis door de Zondvloed is gebeurd, en dat we nu weer in hetzelfde tijdsbestek zitten als 26.000 jaar geleden.

Van het ene op het andere moment werd ik, samen met alle andere medicijnmannen, meegenomen naar de ‘Gouden Stad’ waar zei eerder over hadden gesproken. Wat ik daar toen zag was onvoorstelbaar, want alles, maar dan ook echt alles, zoals de gebouwen, huizen en straten, was van puur goud!

Er werd mij verteld dat die stad en de wezens die daar geleefd hadden, nu in een hogere dimensie, nog steeds bestond en bewoond werd. Ikzelf kon de Gouden Stad wel zien, maar de bewoners (helaas) niet.

Ik dacht bij mezelf ‘Gelukkig maar dat degenen die in de lagere dimensies vertoeven deze hogere dimensie/Gouden Wereld niet kunnen betreden, waardoor al dit goud niet door hen weggeroofd kan worden.’

Deze Gouden Stad was zo mooi en indrukwekkend, dat ik er van moest huilen. En een intens verdriet leek er bij mij naar buiten te komen toen ik begreep dat ikzelf ooit in die Gouden Stad heb mogen leven, maar dat ik, door de fouten die ik toen in dát leven heb begaan, werd verbannen uit deze prachtige Wereld. Ik mocht pas terugkeren als ik mijn ‘schuld’ had ingelost door mij, vele Aardse- en buitenaardse levens lang, in dienst te stellen van de mensheid en de buitenaardsen. En nu was mijn schuld ingelost, dus werd ik weer toegelaten en mocht ik de Gouden Stad weer aanschouwen. En ik weet dat er een nieuw begin voor mij mag aanbreken in een volgend leven!

Ik dankte de medicijnmannen voor hun hulp, dat ze mij hebben meegenomen naar die prachtige Gouden Stad in een hogere dimensie …. ergens op deze Aarde.

Veel liefs, Ans