Ziekenhuis geesten

Ziekenhuis geesten

Wat de meeste mensen niet weten is dat er in oude ziekenhuizen veel (oud) leed ligt dat geen uitweg kan vinden; er zijn daar energieën of entiteiten die in dat gebouw zijn blijven hangen. Mensen die overgevoelig of paranormaal begaafd zijn, kunnen vaak entiteiten van overleden patiënten waarnemen in een ziekenhuis. Deze entiteiten konden hun fysieke lichaam niet vast houden, maar ze konden hun Aardse Leven ook nog niet loslaten, dus dwalen ze daar nog steeds rond. Het kan dus gebeuren dat je in zo’n oud ziekenhuis overledenen patiënten kunt ‘zien’ en zij jou!

Heel soms kan het gebeuren dat een entiteit van een overleden patiënt naast jouw ziekenhuisbed gaat staan, en omdat hij jou niet kan zien denkt hij gebruik te kunnen maken van jouw bed! Als je ‘gevoelig’ bent, dan kan dat een heel onprettige ervaring zijn.

Sommige entiteiten weten na hun overlijden niet wáár zij zich bevinden; zij zijn ‘degenen die geen schaduwen werpen’, maar worden ook wel ‘dolende Zielen’ genoemd. Deze Zielen zijn vaak erg eenzaam, omdat ze niet begrijpen dat ze overleden zijn en dus met niets of niemand kunnen communiceren. Het kan heel lang duren voor deze dolende Zielen ‘Bewust’ worden.

Wanneer jij dolende Zielen kunt ‘zien’ en er contact mee kan maken, dan kan je ze uitleggen dat ze overleden zijn en vertellen dat ze naar ‘het Licht’ moeten zoeken. Het personeel in de ziekenhuizen weet of begrijpt (nog) niet dat zowel de patiënten- als de operatiekamers op gezette tijden spiritueel ‘gereinigd’ zouden moeten worden. Dit om de overleden entiteiten de weg te wijzen naar het Licht, waardoor de negatieve sfeer in die ruimtes weer lichter zal worden. Zo’n spirituele reiniging kan gedaan worden door mensen die op de hoogte zijn van de rituelen die bij zo’n zuivering van de kamers nodig zijn.

Gelukkig zijn er ook vele stervenden die Engelenscharen zien of entiteiten naast hun sterfbed zien staan; dat zijn meestal overleden dierbaren die hen komen ‘ophalen’ om ze te begeleiden naar het hiernamaals!

Veel liefs, Ans